29 & 30/3/2017 Yoshino en Ise

De eerste nacht in de camper was een ramp. We sliepen op een Michi-no-eki. Een rustplaats langs de weg waar je 's nachts mag parkeren. Maar deze bleek 's nachts ook gebruikt te worden door lokale jeugd die graag pronkte met uitgebouwde wagens. Kleine oogskes dus.

Eerste doel met de camper is Ise. De getrouwde rotsen.

Vanuit Nara was dat vorig jaar lastig geweest, zo'n 3 u reizen enkel. Een van de weinige mission close to impossible met openbaar vervoer.

Gelukkig huurder we een camper en is er onderweg tijd voor inhaalwerk. Niet dat het moet voor ons, maar er zijn er 2 die niet te houden zijn op dat vlak.

Dan doen we zelf maar even zot, toch?!?

Onderweg wilde ik langs Mt.Yoshino rijden. Voor de sakura (kersenbloesems), maar als er een nadeel blijkt aan de Flemish dan is het wel de GPS. Bovendien blijken we aan de vroege kant voor de bloesems. Maar dan rijden we door een streek waar voortdurend wordt verwezen naar Tanzan-Jinja Shrine. Het ziet er redelijk belangrijk uit. Hoe dichter we in de buurt komen, hoe belangrijker het lijkt te worden. Maar niet in deze periode. We rijden wel 9 parkings voorbij rondom het schrijn. Allemaal verlaten. Ook die waar we zelf parkeren.

Maar daar laten wij ons niet door afschrikken.

Na het bezoek aan het schrijn maken we ook nog een wandeling naar de tori-gates rondom. Da's al redelijk klimmen.

Kiéro vindt dat geweldig! "Nu heb ik al direct 2 willetjes!" "Oh ja?" "Ja, ik wilde bergbeklimmen en in een Japans bos wandelen en de dierentuin bezoeken. Dus…"

Langs de weg tussen schrijn en parking zijn er meerdere souvenirstandjes. Allemaal dicht op 1 na. Er is ook een verlaten hotel. Of toch, zo lijkt het. Wanneer we dichterbij komen zwaait plots de deur open en worden we enthousiast begroet door een bewaker. Die nodigt ons vriendelijk uit naar binnen, al verstaat hij duidelijk enkel de 3 woorden Japans waarmee ik naar drank- en eetgelegenheid vraag. Het is intussen 15u en we hebben nog niets gegeten vanmiddag. 😉

Wij dus naar binnen. Schoenen uit. Sloefkes aan. De bewaker haalt er de winkelbediende bij. Die heeft helemaal achterin een souvenirwinkel, helemaal verlaten. Ze neemt de estafette over tot aan de lift. Worden we de lift in gestopt, wordt de 5de verdieping ingedrukt en daar gaan we. Wie weet naar waar?

Naar een even leeg en verlaten restaurant-cafetaria op dat 5de verdiep. Prachtig uitzicht (ook al heeft de serveerster die ons begroet een paar tandjes minder). Binnen is het of de tijd al sinds de jaren 70 stilstaat, de tafels, de stoelen en zelfs het personeel lijken sindsdien niet veranderd.

 

Wanneer we terug bij de camper zijn laat ik het convoyeur-schap over aan onze 2 kastaars. Nu zal het wel goed komen 😉

We overnachten op een andere Michi-no-eki. Een veel rustiger exemplaar deze keer. Deze manier van reizen is dus te doen om aan voldoende slaap te geraken.

De dag erna bezoeken we de getrouwde rotsen in Ise. Veel kleiner dan je zou verwachten, maar dan nog vind ik ze wel de moeite waard. 

Daarna gaat het richting Kyoto.

31/3 en 1/4/2017: Kyoto en Hiyoshi 

Het wordt zo stilaan tijd voor een serieuze wasbeurt. In een Michi-no-eki heb je maar beperkte mogelijkheden op dat vlak. Maar er zijn er ook mét onsen (openbaar bad). 

31/3 zou er een bezoek aan het race-circuit van Suzuka op de plannen staan. Maar het giet. En we zijn een beetje moe.

Na wat opzoekwerk blijkt dat er vanuit Hiyoshi ook een vlotte treinverbinding is met Kyoto (uitstap v zondag). Nadat we een eerste keer per abuis door Kyoto reden en uiteindelijk bijna letterlijk vastzaten tussen de dakgoten geven we toch maar de voorkeur aan een langere treinrit én een onsen.

27 & 28/3/2017 Hiroshima

Na de vlucht gisteren vandaag toch al net iets meer mens, ondanks de beperkingen van het condominium waar we overnachtten.

Maar we reizen dus direct door van Osaka naar Hiroshima. Dus meteen de shinkansen op! Ook hier boekten we dicht tegen het station aan zodat we de valiezen direct af konden zetten bij aankomst in de stad. (Uiteraard ook hier coinlockers bij de vleet in het station, dus dat was ook een optie geweest voor de valiezen).

Ik had vooraf een gids geregeld voor ons gezelschap via de JNTO. Freewill guide, zoals ik er vorig jaar ook al een aantal regelde.

Hij wachtte ons op in het station. Het avontuur van de dag begint 😉 "Laat ons de auto nemen." zei hij enthousiast. Hij bleek er een enkele reis op te hebben zitten van 1u om ons te kunnen gidsen. Als je dan ook nog bedenkt dat fooien hier "not done" zijn, dan snap je dat ik lastig werd op mezelf om dat zakje paaseitjes te zijn vergeten. Niks aan te doen.

Allemaal de wagen in. Zelfs dat was een belevenis. Ik zie meteen een ander Japan. TV in het dashboard. Baseball volgen terwijl je door de stad rijdt. Spannend. Op elk vlak ;-).

En dan begint de eigenlijke gidstocht. We startten aan wat veel toeristen denken dat het epicentrum is: het verwrongen overheidsgebouw met koepel. De A-bomb dom'. Een van de weinige gebouwen die de klap overleefden.

Eigenlijk ligt het 300m verder. De bom ontplofte boven een ziekenhuis. 600m boven de grond. De eerste slachtoffers vielen door de kracht (30t/m3) en hitte 4000C. In een straal van 1500m was alles weg.

Dit is echt niet voor niets één van beide stukken werelderfgoed uit WOII.

 

Hier wordt echter ook duidelijk gemaakt hoe groot de dreiging nog is.

Terwijl wij denken:"Nooit meer", lijkt echter een volgend zaadje voor WOIII geplant. Akelig.

Surreëel. Het kruipt echt in mijn kleren.

In het peace memorial center krijgen de kids een herinnering aangeboden: een origami doosje.

Die vrede verspreiden we graag. Wie meer wil lezen over Hiroshima kan hier terecht

En dan dus terug op hotel…

"Want er is toch een zwembad?!?" roept er eentje uit. Er is geen ontkomen aan. De eerst onsen is die avond een feit.

Gevolgd door Belgisch ontbijt. Met friet aan het buffet.

De volgende dag willen we graag naar Miyajima. Alleen is Milla snipverkouden. Een halve dag boot lijkt dus geen goed idee. Dan maar meteen terug naar Osaka, daar moeten we vanavond de camper ophalen. Kunnen we intussen mss nog een stukje Osaka zien.

De verhuurder van de camper begint rond het middaguur bezorgd te bellen. Of we wel weten welk station hij ons komt ophalen. Of we de weg wel vinden. Hoe laat hij ons bij het station kan komen halen.

't Zijn absoluut schatten, die Japanners, maar oh zo bezorgd! Na het 5de telefoontje besluiten we de planning om te gooien, dan is die mens gerust. En wij ook! 😉

We zetten ons geheim wapen in om de weg te vinden. Zonder problemen. De camperman haalt ons op.

En daar staan dan een paar campers… eentje trekt meteen mijn aandacht: de "Flemish". Een L in een land waar ze geen L kennen maar enkel een R die wordt uitgesproken als een R. Klinkt stom maar is echt keivreemd. Even later krijgen we net die toegewezen. Ik lach. Die vent snapt het niet. Bizarre situatie. Het duurt een dik uur om alle papierwerk rond te krijgen maar dan zijn we dus echt vertrokken.


En wat we met de Flemish allemaal beleefden daar vertel ik jullie graag meer over in een volgende post… Wie geabonneerd is op deze blog krijgt meteen een seintje in zijn/haar mailbox wanneer die post beschikbaar is. Wie graag abonneert laat in de linkerkolom zijn/haar mailadres achter.

Tot de volgende blog!!

 9 dagen in Japan door Milla en Kiéro

Gisteren zijn we op een dam  geweest  en in een brug.We hebben gespeeld.                             
Vandaag zijn we naar de herten gaan kijken in Nara.We hebben een reuzeboeda gezien en ook een paar kersenbloesems.De dieren waren schattig en super mooi. 
En morgen gaan we nog is naar de herten kijken.En naar een inktfabriek.En misschien de Japanse tuin.En naar de penselen maakster.      
Ziehier de kersenbloesems
 

Hier is Milla!

We zijn al een paar dagen in Japan en hier kun je mijn verhaal lezen.

Dag 1:

Het is een lange reis om van België naar Japan te gaan. De eerste dag waren we doodmoe maar we hebben er toch een leuke dag van gemaakt. We zijn naar een aquarium geweest en hebben er een rog en zandhaai kunnen aaien.Daarna zijn we met de trein naar ons "hotel"gegaan .


Dag 2:

We zijn met de Shinkansen naar Hiroshima gegaan en hebben met een 70-jarige gids een rondje gedaan . Daarna zijn we naar een museum gegaan over  de atoombom je weet wel zo'n bom die heel veel schade aanricht.Het was heel interessant. Hierna zijn we naar een ander hotel gegaan en daar was de kamer wat kleiner maar was er een onsen waar we naartoe zijn gegaan eerst moest je je douchen en daarna mocht je in het water maar voor mij was het iets te heet water.


Dag 3:


We zijn de camper gaan halen en hebben een slaapplaats gezocht.

Dag 4:

We zijn naar een bos geweest. En hebben kersenbloesem gezien maar niet zoveel.   


Dag 5: Ise

26/3/2017 Start van het grote avontuur

Vandaag opnieuw het vliegtuig op, maar deze keer niet alleen! De Japan-microbe is doorgegeven! 😉

We boekten een rechtstreekse vlucht Amsterdam – Osaka. Bijzonder, landen op een platform op het water. Gezien de verwachtte jetlag hebben we vandaag niet te veel op de planning staan. Osaka Aquarium, dat wel. Daar zullen de kids altijd nog wel wat energie voor vinden. 😉

De jetlag heeft ons stevig beet. Al hebben we net een WiFi-antenne gehuurd we gebruiken ze nog niet op de bus en hebben de bediende verkeerd begrepen. Resultaat: we rijden onze busbestemming voorbij. De taxi dan maar. Uitdaging! Prop maar eens 4 mensen en 3 valiezen in die taxi. Uiteindelijk lukt de 3D tangram toch. De brave man propt ons met 4 op zijn achterbank.

Osaka Aquarium

Bij het aquarium vinden we al snel de gehoopte coinlockers. Zalig convenient Japan!
Het aquarium is de moeite: 5400 ton water in het grote aquarium van 9m diep. Indrukwekkend om walvishaaien en hamerhaaien te zien zwemmen. Spannend, als we voorbij het aquarium met de dolfijnen lopen zijn ze blijkbaar herstellingen bezig. Duikers in de tank en aan de bezoekerskant is er een veiligheidsagenten die het glas lijkt tegen te houden. Jerommeke. Toch blij dat we er droog uit kwamen 😉

Daarna slaapwandelend met de metro richting de condo die we boekten. Zeer basic maar meer hebben we niet nodig. Als Benny terugkeert met het avondeten liggen wij al lekker te ronken. Oepsie!
27/3/2017

Vandaag de shinkansen op. Richting Hiroshima. Daar snel snel de koffers geparkeerd in het APA Hotel (vorig jaar ook al in deze keten gelogeerd, toppertje). Dan richting afspreekplaats met onze gids. 

Hij is al jaar en dag vrijwillige gids. 73 jaar, heeft als kind nog de oorlog meegemaakt in Kobe. Kort daarna verhuisd naar Hiroshima. Ja, inderdaad. Na de atoombom daar gaan wonen, omdat niemand toen zich bewust was van de impact van straling op het menselijk lichaam. Eigenlijk zijn de Japanners zowat de proefkonijnen geweest voor de impact van radioactiviteit.

Onze gids brengt ons met eigen vervoer naar het Peace Memorial Park. 

6 augustus 1945, 8u15. Dat is wat hier herdacht wordt. De bom die door de Inola Gay wordt gedropt en dankzij Japanse spitstechnologie op de juiste hoogte tot ontploffing komt. Ironisch, toch? 140.000 mensen verliezen het leven die dag en in de maanden die erop volgen (tot eind december 1945). Tot op vandaag blijft de tol oplopen, aan 430.000 zitten ze intussen.

De bom bracht een druk teweeg van 30 ton per m3 en een hitte van 4000°C in het epicentrum. Binnen een straal van 3km werd alles verwoest. Maar ook daarbuiten is het kommer en kwel. Brandwonden van kop tot teen. De lucht die de mensen inademen zit vol radioactiviteit. Al wie getroffen werd door de straling heeft grote dorst en smeekt om water. Een half uur na de bominslag valt de zwarte radioactieve regen. Een paar maanden na de inslag zijn er vooral veel mensen die blind worden, gevolgd door leukemie, gevolgd door vele vormen van kanker.

Kort na de bom wordt aangenomen dat er 70 jaar lang niks kan groeien, maar wanneer in de lente de eerste planten terugkeren, keren ook een deel Japanners terug.

's Avonds testen we de onsen in ons hotel.

[:nl]De weg van de inkt: Alain Bonnefoit[:en]The way of the ink : Alain Bonnefoit[:fr]La voie de l’encre: Alain Bonnefoit[:]

[:nl]

Zoals beloofd een eerste deel van mijn verhaal op de weg van de inkt. Ik bezocht hiervoor Alain Bonnefoit, de Franse kunstschilder die me in contact bracht met de techniek… 

“Oh oh les artistes!”

 Dat is wellicht de meest herhaalde zin tijdens de cursussen die ik bij hem mocht volgen door de jaren heen. Direct gevolgd door: “Kijk naar het model en hoe ze zich plaatst”.

De weg van de inkt die ik samen met Alain bewandel start in 2007. Op dat moment keer ik terug naar de “Moulin de Perrot” voor een schilderstage. Dat jaar heb ik met veel geluk een plekje kunnen veroveren in het atelier bij Alain. Het werd een bijzondere ontmoeting, zowel op het vlak van techniek als elk ander vlak. Alain is de verpersoonlijking van het delen, het mooie leven en het goede humeur. Voor iets anders is er eenvoudig weg geen plaats. “Vive la vie!” en leve het delen.

Intussen is het nu tijd voor een atelierbezoek. Om zijn weg van de inkt eens te verkennen…

Aïkido

In 1974 volgt Alain les bij zijn aïkido-leraar Masamichi Noro. Naast gevechtskunsten volgt hij ook shodo (Japanse kalligrafie). Hij ontdekt zo de kracht van de beweging, de meerwaarde van het overstijgen, van trachten door het doel heen te gaan.

Dat zijn dingen die hij ook in zijn schilderkunst wel verwerken.

Tijdens de lessen ontmoet hij de kunsthandelaar die hem mee zal nemen op een eerste reis naar Japan. Samen zullen ze worden ontvangen in een tempel op het Japanse platteland.

Sugiyama-yu

Sumi-e materiaal

Meester Sugiyama-yu ontvangt hen en biedt hen een welkomstmaaltijd aan. Alain heeft echter nog last van de jetlag en valt aan tafel in slaap. Zijn vriend is bang voor de reactie van de gastheer en wil hem meteen wekken. Sugiyama-yu maakt met een handgebaar duidelijk dat hij niet wenst dat Alain gewekt wordt. Aan het eind van de maaltijd zal hij bevelen de slapende gast op een futon te leggen. De bijzondere band tussen gast en gastheer is gesmeed. 

Maar dat is nog geen reden om stappen over te slaan! De bezoekers wachten ongeduldig op de start van de inktschilderlessen… gedurende 2 weken.

Na die periode mogen ze een demonstratie bijwonen. Sugiyama-yu ontvangt hen in zijn atelier. In stilte en volle concentratie spreidt hij een lap vilt voor zich uit. Hij haalt de inktsteen uit zijn lakdoos, dan de inktstaaf. Plaatst dan zijn waterpot en legt penselen (fude) klaar. Als alles klaarligt wordt er papier bij gehaald. Het blad wordt glad gestreeld en vastgezet met gewichtjes. De inkt wordt vervolgens gewreven en het penseel voorbereid.

45 minuten zijn er intussen voorbij wanneer Sugiyama-yu een eerste keer zijn penseel op het blad plaatst. Een paar minuten later is het werk klaar. Het mist zijn effect op Alain niet.

Het leerproces

In de daaropvolgende dagen kan Alain eindelijk zelf experimenteren met de materialen die ter beschikking zijn.

Prachtig fluisterend papier, kwaliteitspenselen en inkten van wel 100 jaar oud.

Een schets van Volti, naast werk van Alain in het atelier.

De eerste lijnen zijn een ware confrontatie. Dit is lang niet zo makkelijk als het lijkt. Tijdens zijn opleiding bij zijn spirituele vader, Volti (een Italiaans beeldend kunstenaar en leerkracht), had hij al geleerd om de tekening te herleiden tot een minimum aan lijnen. Volti zelf schetste ook vrij grafisch naar levend model. Zonder de traditionele etappe met de grote volumes. Direct werden de grote lijnen getekend.

De lijnvoering die was er dus al, maar het japanse papier zoog zo veel water en inkt op dat Alain twijfelt aan de kwaliteit ervan. Hij zal in een nabijgelegen drukkerij papier gaan halen om zijn experiment bij Sugiyama-yu verder te zetten. Zo hoopt hij de techniek sneller meester te worden. Sugiyama-yu laat hem begaan maar blijft tegelijkertijd ook kwaliteitsmateriaal aanvoeren.

Alain erkent stilaan de kwaliteit en de kalligrafie-sets die hij bij de uitgangen van tempels op de kop tikte worden stilaan vervangen door de materialen van de meester.

 

Hij krijgt er nog een hoop traditionele kennis bij. Zoals het toevoegen van zuivere nikawa-lijm (vissenhuidenlijm) wanneer zeer oude inkt wordt gebruikt zodat deze beter hecht aan het papier.

Bij het afscheid breekt de Meester zelfs zijn oudste inktstaaf en geeft de helft aan zijn leerling.

Impact op het oeuvre

Ook al biedt Sugiyama-yu vooral traditionele thema’s aan voor het inoefenen van sumi-e zal Alain vrij snel besluiten om de grijstinten niet te gebruiken in zijn eigen oeuvre. Hijzelf zoekt immers eerder naar een grafischere weergave. Hij wil de “lijn uitrekken”, de “lijn opspannen”. Daar mee wil hij “zover komen dat de energie die ervan uit gaat de lijn overstijgt, ja zelfs de tekening”.

Hij werkt een heel eigen stijl en techniek uit. De eerste 10 jaar belandt bijna elke sumi-e zonder pardon in de vuilbak. Die eigen werkwijze zal enkel en alleen worden gebruikt voor het schilderen van zijn favoriete onderwerp: het levend model.

Pas in de tweede helft van de jaren 80 wordt een eerste werk goed genoeg bevonden door zijn maker. Eindelijk eentje die het waard is opgespannen te worden.

De erkenning volgt. Tijdens een expo in Japan zal een Meester opmerken: “Met opgeheven hand! En dat voor een buitenlander!” Het is een zin die raakt, want inderdaad, er wordt van uitgegaan dat buitenlanders niet in staat zijn een dergelijk werk voort te brengen met deze techniek. Laat staan zonder steun te gebruiken van de vinger op het papier. 

Die steun achterwege laten is inderdaad een bijkomende moeilijkheidsgraad, maar absoluut nodig om extra uitstraling aan de lijn te geven.

Alain evolueerde met de tijd toch steeds meer naar een meer traditionele manier van schilderen. Er zijn namelijk steeds meer details weggelaten om steeds meer tot de essentie te komen. In een paar lijnen wordt het onderwerp gevat. Al het overbodige weggelaten. Elke lijn zit vol zin…

De anecdotes die volgen…

Tijdens een van de bezoeken aan Sugiyama-yu (er waren er wel 30!) merkt Alain heel fijne lijntjes op en vraagt de Meester uit over het gebruikte penseel. Het blijken penselen te zijn van muizensnorharen.

Ook wanneer hij niet met sumi-e aan de slag gaat schilderde Sugiyama-yu vaak klein en fijn…

In tegenstelling tot de traditie (buitenlanders krijgen zelden de kans om échte kwaliteitsmaterialen aan te kopen) wordt Alain doorverwezen naar een gespecialiseerd winkeltje. Een vertrekje met in het midden een doos met de volledige voorraad: een 10-tal penseeltjes. Indrukwekkend!

Een paar jaar later zal Alain ook nog een schildering op rol kado krijgen. Maar de meester laat het eerst heropspannen. Zo’n papier opspannen (30gr/m2 gemiddeld, westers kopieerpapier telt 90 gr/m2) is al een danige sinecure weet ik uit ervaring… ik ben dus zwaar onder de indruk dat er überhaupt iemand ooit in staat is geweest dat te herdoen! 

Het heropgespande werk (rechts)… 30grams papier van drager vernieuwen… monikkenwerk!

Mijn weg

Atelier Pavillon de Choiseul, Paris. Stage Alain Bonnefoit 2012

Wanneer je sumi-e leert (en zeker van Alain), dan is er meer dan alleen de tekening. Er is de geur van de inkt, het voelen van penselen en het fluisteren van papier. Elk zintuig wordt betrokken. Het is één geheel. Er zijn linken met de Japanse krijgskunsten in elke hoek! Dagelijks ontdek ik meer analogiën met het dagelijkse leven. Zoals vandaag, tijdens de iPad-sessie met Alain… We laten ons zo vaak beïnvloeden door de waarde van de dingen. Dat remt ons om er voluit gebruik van te maken. Het is als de sumi-e leerling die stilstaan bij de waarde van het papier. Binnenin beïnvloed dat de concentratie en staat het bijna zeker garant voor het verpesten van het geheel…

Meer over Alain

Wie meer wil weten en zien van Alain Bonnefoit kan terecht op Facebook.

Vervolgens…

De stages met Alain bleven beperkt tot 1 week per jaar (en zijn intussen zelfs niet meer beschikbaar). Maar ze waren wel genoeg om mij op te zadelen met een serieuze verslaving 😉
Ik ben dan ook op zoek gegaan naar andere plekken waar ik ook de meer traditionele onderwerpen zou kunnen aanleren. Die vond ik bij Marjon de Jong (regio Utrecht, NL). In een volgende blogpost daarover meer!

[:en]As promised I would publish some stories about my way of the ink and the people I meet alongsinde this path. For this first one I visited Alain Bonnefoit, the French fine art painter that introduced me to the technique.

“Oh oh les artistes!”

Translated: “oh oh artists!” And alsmot directly followed by “Look at your model and how she is getting into the pose!”

The path of the ink that I follow with Alain starts in 2007. At that time I returned to the “Moulin de Perrot” for a painting workshop. That year I finally managed to get myself a spot in the atelier with Alain. It was an extraordinary encounter. Alain is the personification of sharing, the good life and optimism. There’s no room for any other thing. “Vive la vie!” and enjoy sharing.

Today it’s time for a visit to his atelier in Paris for a stroll down his sumi-e path.

Aïkido

It all starts in 1974 when Alain takes a shodo-lesson next to a course in aïkido with Masamichi Noro in Paris. He discovers the power of movement and the art of surpassing a goal by aming behind it. 

Those are things he’d love to incorporate in his painting too.

He’ll meet an art merchant there who will take him along on a trip to Japan to study sumi-e.

Sugiyama-yu

Sumi-e materials

Both men will be received in a temple in the Japanese countryside by Sugiyama-yu. The host will welcome them with a traditional dinner but Alain, still suffering a jetlag, falls asleep at the table. The host will then ask the other to let Alain sleep and at the end of the meal he will ask to put him on a matress. The bond between Master and apprentice is forged.

However, this is not a reason to skip stages! The apprentices will wait for 2 weeks for the course to start. 

After this period Sugiyama-yu will invite them to attend a demonstration in his atelier. In silence and full concentration he will put his felt in place. He unwraps his suzuri (inkstone), then his inkstick. Het places a bowl of water. Gets his fude (brushes) out. When that is in place he fetches a sheet of paper and gently stretches it on the felt. Then het prepares his ink and brush.

45 minutes have passed when he finally puts his brush on the paper for the first time. A few brushstrokes later it’s finished. Stunning.

Apprenticeship

A sketch by Volti in the atelier, next to one of Alain’s paintings

In the days that follow, Alain can finally start practicing himself with the  beautiful materials at hand. But the first strokes are awful. Although in the past he has learned to simplify his drawing (thanks to his spiritual father and teacher Volti) he doubts his ability. He will then fetch common paper to try and speed up learning, as the paper provided by the master is so thin and absorbing that the lines spread out way too much.

Sugiyama-yu will not stop offering Alain the best materials he has and after a while the Frenchman starts to feel and appreciate the quality of wispering papers and very old inks.

The calligraphy-sets he bought at the exits of temples will soon make places for brushes, stones and sticks his teacher gave him. When Alain leaves, his Master will break a 100 year old inkstick to give half of it to his apprentice.

For 10 years Alain will not keep any of his work. It is only in the second half of the 80’s that a first drawing will be stretched and shown in public.

Alain has elaborated his own style. Leaving the grey-tones away quite quickly, only keeping purely black lines full of sense and sensuality.

This scroll on the right was a present from the master. It was re-stretched for the occasion. Exceptional!

When he exhibited in Japan there was a Master saying “without resting the hand, and that for a foreigner!”. He was able to see that Alain hadn’t rested his hand just by looking at the end result. And yes, it is indeed a challenge to work that way. Japanese even consider that it is something that strangers cannot master…

There are many anecdotes that followed through time. As Alain visited Sugiyama-yu for over 30 times. He was introduced to brushmakers, including one that made brushes from mouse whiskers. He got presents like restretched paintings…

My path

Atelier Pavillon de Choiseul, Paris. Stage Alain Bonnefoit 2012

Alain brought sumi-e on my path. And that is more than just drawing or painting. There’s the smell of the inkt, the touch of the brush and the whispering of paper… it’s a whole and touches every sense. There are links and analogies with martial arts on every side! 

Even in daily life I see more analogies every day. Like the day I visited Alain and we shared some iPad techniques… We often let ourselves be so impressed by the value of things that we limit ourselves. We unable ourselves to use and enjoy things fully. It’s like the sumi-e apprentice that is aware of the value of the paper. That thought influences our concentration and often ends up in a very poor end result…

More about Alain Bonnefoit

For those of you who would like to know more about Alain Bonnefoit, you can find him on Facebook.

Next…

As the possibilities of learning with Alain were limited in time I have searched for other teachers. I will be telling you more about one of them in one of the next posts: Marjon de Jong.  

 [:fr]

Comme promis voici un premier épisode dans mon univers du sumi-e. Je visite donc Alain Bonnefoit, l’ami-peintre qui m’à mis sur cette voie de l’encre…

“Oh oh les artistes!”

C’est peut-être bien la phrase la plus répétée par le maître au fil de mes années d’apprentissage avec lui. Directement suivi par: “Regardez le modèle, comment elle se met en place”.

La voie de l’encre commune débute en mai 2007, à ce moment je retourne au Moulin de Perrot pour une semaine de peinture. Cette année là, j’ai réussi à réserver une place dans le stage d’Alain. Ce fût une rencontre extraordinaire, aussi bien en ce qui concerne la technique que toute autre chose. Alain c’est le partage, la belle vie et la bonne humeur. Il n’y a pas de place pour autre chose. “Vive la vie!” et vive le partage.

Entre-temps le moment est venu de visiter l’atelier et explorer sa voie de l’encre…

Aïkido

En 1974, Alain suit des cours de calligraphie japonaise chez son maître d’aïkido Masamichi Noro. A travers les arts martiaux il découvre la puissance du geste. La plus-value de dépasser, de passer au-delà de son but.

Ce sont des choses qu’il veut pouvoir incorporer dans sa peinture.

C’est là qu’il rencontre le marchand d’art qui l’emmènera en voyage au Japon. Ensemble ils seront reçus dans un temple dans la campagne japonaise.

Sugiyama-yu

Le matériel pour faire du sumi-e 

Ils sont reçus par le Maître Sugiyama-yu qui leur propose un repas de bienvenu. Lors de ce repas Alain s’endort à table. Son ami se méfie de la réaction de l’hôte et veut le réveiller aussitôt. D’un simple signe, le Maître interdit de le réveiller. A la fin du repas Sugiyama-yu fera glisser un futon en dessous de son visiteur endormi. Le lien entre les 2 hommes est noué.

Cependant ce n’est pas une raison pour brûler trop d’ étapes! Les visiteurs attendent le début du cours de sumi-e… pendant 2 semaines.

Après cette période, ils sont invités à assister à une démonstration. Sugiyama-yu les reçoit dans son atelier. En silence et pleine concentration il étale son feutre, prend la pierre de sumi et son bâton d’encre, place son gobelet d’eau. Choisit ses pinceaux. Quand tout est en place, il prend une feuille de papier qu’il caresse et étale avec soin. Il frotte le bâton de sumi sur la pierre et prépare son pinceau.

45 minutes se sont écoulées. L’orsque Sugiyama-yu pose enfin son pinceau une première fois sur le papier. Quelques instants plus tard le sumi est fini. Impressionnant.

L’apprentissage

Dans les jours qui suivent, Alain peut enfin se mettre à travailler avec le matériel mis à sa disposition: de très beaux papiers, de pinceaux de qualité et d’encres de plus de 100 ans.

Une esquisse de Volti, à côté d’une oeuvre d’Alain dans son atelier.

Les premiers traits lui donnent un sentiment d’incompétence totale. Pourtant, lors de son apprentissage auprès de son père spirituel, Volti, il avait déjà appris à simplifier le dessin. Volti dessinait ses esquisses de façon très graphique, comme le fait Sugiyama-yu. Sans mettre en place les grands volumes mais en traçant directement les courbes de ses modèles.

Le papier japonais boit tellement l’encre qu’Alain doute du resultat et qu’il se procurera du papier dans une imprimerie. Pour arriver plus vite au résultat. Sugiyama-Yu le laisse faire… Et continue de lui fournir du matériel de qualité. Peu à peu la qualité se fait ressentir et les boîtes de calligraphie achetées à la sortie des temples sont remplacées par les matériaux fourni par le maître.

Peu-à-peu Alain prends conscience de l’importance de la qualité du matériel pour avancer.

Sugiyama-yu n’hésites pas à lui passer la tradition. Il confie à Alain que dans l’encre frottée avec des vieux bâtons de qualité il faudra rajouter du nikawa pur (de la colle de peaux de poisson) afin de fixer l’encre au papier.

Lorsqu’Alain quitte Sugiyama-yu ce dernier cassera même son bâton d’encre vieux de 100 ans et lui donne la moitié.

L’impact sur l’oeuvre peinte

 

Bien que Sugiyama lui fait aussi des démonstrations de thèmes classiques dans le sumi-e, Alain décide de ne pas s’exercer dans l’application des tons gris. Lui-même étant plustôt à la recherche de l’effet graphique. Il veut pouvoir “tendre le trait”, “faire en sorte que l’énergie se poursuit au-delà du trait, voir même du dessin”.

Alain Bonnefoit élabore un style propre et à cette fin il déchire tous les dessins qui ne lui plaisent pas. Et Alain adaptera le sumi traditionel à sa façon peindre la Femme. Il faudra attendre la deuxième partie des années 80 avant qu’Alain pense avoir réalisé un dessin qui vaille la peine d’être encadré.

L’appréciation suivra. Lors d’une exposition au Japon il y a un maître qui lui fera la réflection: “À main levée, pour un étranger!”. Cette une phrase qui touche, car en éffet, les étrangers sont souvent considérés incapables de réaliser une œuvre avec cette technique. De plus, sans prendre de repère avec le doigt sur le papier, ce qui est considéré comme une difficulté supplémentaire… Une étape pas facile à prendre mais qui permet de réaliser des traits avec plus de force.

En observant son œuvre peinte au sumi-e, je me dis qu’il évolue vers une peinture plus traditionnelle. Il y a de moins en moins de détails repris à l’encre. Le sujet et peint avec le minimum de lignes, tout le superflu est supprimé. Chaque ligne est pleine de sens et sensualité.

Les anecdotes s’en suivent…

Même quand il n’utilise pas le sumi-e Sugiyama-yu peint très fin.

Lors de l’une de ses visites à Sugiyama-yu (il y en a eu bien 30!) Alain remarque des traits très fins sur ses peintures et l’interoge sur le pinceau utilisé. Celui-ci lui parle de pinceaux de poils de moustaches de chats et de souris. Contrairement à la tradition (en tant qu’étranger on réussit rarement à acheter du matériel de haute qualité), Alain reçoit l’adresse de la boutique qui vend ces pinceaux. Le prix de ceux-ci étant tellement élevé que le stock se limite à une petite boîte au milieu de la pièce, contenant à peine 10 pinceaux… Impressionnant…

 

La toile à droite est du papier de ca 30grammes. tendu et retendu… 

Quelques années après Maître Sugiyama-yu offrira à Alain une oeuvre qui était dans son atelier. Avant de lui donner il aura fait retendre celle-ci. Vu la difficulté de tendre du papier de 30 à 60 grammes le m² (le papier à copier en a 90), cela me semble surréel. Voici la peinture.

Mon apprentissage

Atelier Pavillon de Choiseul, Paris. Stage Alein Bonnefoit 2012

Quand on apprend le sumi-e avec Alain, il n’y a pas que le dessin: l’odeur de l’encre, le touché des pinceaux, les bruits sourds du papier de qualité. Chaque sens est impliqué. C’est un tout. Il y a des liens avec les arts martiaux de tous les côtés! Chaque jour, j’en découvre même dans la vie de tous les jours. Comme aujourd’hui, lors du partage à l’iPad… Souvent les gens sont impressioné par la valeur des choses. Cela leur évite de profiter pleinement des possibilités. C’est comme l’apprenti en sumi-e qui pense à la valeur de sa feuille et intérieurement perd sa concentration en pensant aux euros qu’il est entrain de gacher…

Plus sur Alain

Si vous souhaitez découvrir plus sur Alain, je vous invite à visiter sa page Facebook.

La suite…

Comme les stages d’Alain se limitaient à une semaine par an et qu’il m’a filé une partie de sa passion pour le sumi-e, j’ai cherchée une deuxième source. Je l’ai trouvé auprès de Marjon De Jong à Utrecht. Le prochain blog vous parlera de cette voie…

 [:]

[:nl]Hoe de Sumi-e tocht begon…[:en]Hoe de Sumi-e tocht begon…[:]

[:nl]Sumi-e… Wasda? Japans meditatief inktschilderen. Hoe kom je dààrbij?

Toeval bestaat niet…

Ik was al van kindsbeen af gefascineerd door Azië. Toen ik in 2003 het tekenen en schilderen terug oppikte dankzij Etienne Geeurickx was dat niet anders. Er had al altijd iets geschort met de manier waarop, ze lag mij niet. Tekenen en schilderen zijn een stuk van mijn “zijn”, een integraal deel van mijn “ikigai”, zoveel werd toen al duidelijk.

Na net iets te veel hindernissen op te korte tijd had ik penseel en potlood in een verre uithoek weggeborgen. Gelukkig leerde ik Etienne kennen. Ik mocht zijn atelier bezoeken. En ergens op een tafel lag een experiment van hem. Ik zie de situatie nog levendig voor me want ik kon niet anders dan reageren. De reactie miste haar doel niet.

“Maar zeg, als gij dàt ziet, dan schildert gij toch ook?”. De laatste keer dat ik nog verf had gebruikt was zo’n 5 jaar eerder… Wat volgde was een reeks ontmoetingen en ik die terug aan het schilderen sloeg. Maar heel anders dan daarvoor. Totaal los van academie of opleiding. Waardoor ik ook mezelf terugvond, ergens tussen de potloden en de verf. En dan begon er toch terug iets te vreten. Een drang naar techniek. Zo kwam ik dus bij de Moulin de Perrot terecht. Zo kwam ik in aanraking met die andere geweldige artiest, Alain Bonnefoit, en dus ook “toevallig” met sumi-e.

Waarom Sumi-e?

Waarom zou een Westers mens zich nu in hemelsnaam willen bezighouden met ene techniek die zo Oosters is als deze?

Het is een vraag die ik vaak krijg, zowel hier als tijdens mijn recente tocht door Japan, op zoek naar de roots van sumi-e. Dat ligt voor een groot stuk aan de mensen die mij dichter bij de techniek brachten. Alain en Marjon gaan allebei voorbij aan de puur technische vaardigheden. Ze leren je door je onderwerp te kijken in plaats van ernaar. In sumi-e is het schilderen zelf zo mogelijk nog belangrijker dan het resultaat ervan. Dan zie je de overeenkomsten met de Oosterse krijgskunsten én met het dagelijkse leven.

En ja, de techniek beoefenen is niet altijd een evidentie. Degelijk materiaal is moeilijk te vinden, maar essentieel. Ook al lijkt een aquarelpenseel heel erg op een Japanse fude (penseel), je kan er niet hetzelfde mee. En ook qua papier en inkt zijn de keuzes totaal anders. Wat het nog moeilijker maakt is dat er wel vaker over sumi-e wordt gesproken, maar dat het onderwerp eerder suibokuga blijkt te zijn. Bij het opstarten van deze blog had ik daarover nog een gedachtenuitwisseling met Marjon. Zij strijdt al jaren om zuivere sumi-e beter bekend te maken bij een breder publiek, wat ook heel erg nodig is. Maar wat ik vooral wens is dat de materialen beschikbaar blijven en daarom zal ik mij niet beperken tot de zuivere vorm, zoals die door Marjon wordt beoefend en aangeleerd. Ik wil jullie ook andere dingen laten zien, interpretaties die ook enkel mogelijk zijn door diezelfde materialen.

Sumi-e of Suibokuga

Beide termen betekenen in hun oorspronkelijke taal “inkttekening”. Sumi-e in het Japans en Suibokuga in het Chinees. De techniek van het tekenen met zwarte inkt ontstond in de 9de eeuw in China bij de kalligrafen die ook begonnen te schilderen. In de 14de eeuw settelen een aantal Zen-monniken zich in Japan. Ze namen de techniek mee op hun tocht en maakten er eigen versies van.

Op een bepaald moment was het in Japan enkel toegestaan voor monniken om sumi-e te beoefenen. De monniken mochten geen plezier ervaren bij het beoefenen. Sumi-e gaat dus voorbij aan het “tekenen” of “schilderen” op zich en vereist naast techniek en oefening ook de juiste mindset.

Suibokuga is het soort afbeeldingen die we het vaakst te zien krijgen, jammer genoeg ook vaak onterecht onder de naam sumi-e. Waarom? Omdat zelfs in Japan er heel veel mensen zijn die de techniek niet langer kennen. Wellicht ook omdat de letterlijke vertaling “inkttekening” ook van toepassing is op de verfijnde vorm ervan.

Maar hoe zie je als leek dan het verschil? Gevoelige mensen, mensen die met spiritualiteit bezig zijn zullen het verschil eerder voelen dan dat ze het zien. In Suibokuga zal er zelden gebruik worden gemaakt van grijstinten, eerder zwart/wit. In sumi-e laat je al het overbodige weg, in Suibokuga staan er vaak wat lijntjes te veel 😉

Maar het is vooral bij het beoefenen dat je een verschil ervaart. Het is door het te doen dat je het verschil leert zien.

Met deze blog wil ik jou dan ook vooral intrigeren, je aanmoedigen om de techniek te ontdekken. De Westerse wereld tonen dat er wat anders is dan olie- of acrylverf en Japanners in laten zien wat voor briljant erfgoed ze nog niet aan het koesteren zijn. Lees je ook volgende keer mee?[:en]Sumi-e… What’s that? Japanese inkdrawing. How did you start doing that?

Coïncidence doesn’t exist…

I am fascinated by Asia since childhood. That didn’t change after Etienne Geeurickx braught me back to painting in 2003. Although drawing and painting were a piece of me for sure there had been something holding me back. I had even thrown away most of my paint and pencils when I was invited to Etienne’s studio.

I saw a painting on his desk. I couldn’t stop myself from commenting. It actually was an experiment of his. He replied:”Hey, but if you see that then you must be a painter!”.

What followed was a series of encounters and me getting back to painting. After a while I longed for some more technique without entering an academy. So I went to Moulin de Perrot where I met Alain Bonnefoit and his sumi-e inspired paintings. What a coïncidence!

Why Sumi-e?

 

How come it had such an effect on me. Because indeed, it looks simple but it is everything except easy. And good materials are quite hard to find in Europe. But then again you learn and experience so much while practicing that it becomes more than an art form, it’s a tool for personal growth too.

Sumi-e or Suibokuga

Both literally mean “inkdrawing” in their own languages. Japanese and Chinese to be precise. What started in China evolved to a very different result in Japan. Black ink painting was braught there by the Zen-monks in the 14th century. It was exclusively practised in temples for a long time. There are many differences between the 2 of them. In sumi-e for instance you limit the strokes to the bare minimum. In suibokuga there are often too many strokes 😉

With this blog I hope to inspire people to give it a try. West and East. Including Japanese. They should be aware that a very beautiful part of their culture is getting lost in translation…[:]

[:nl]Start van de sumi-e blog[:]

[:nl]Er is veel veranderd de afgelopen maanden. Intussen ben ik 2 maanden aan de slag als freelance trainer voor eindgebruikers van digitale tools met Kanli. Maar ik blijf ook de vraag krijgen hoe het mijn andere passie vergaat: sumi-e.

Lang niet vergeten

Die passie ben ik nog lang niet vergeten. Ten eerste zijn er principes uit de sumi-e die op termijn zeker zullen doorsijpelen naar de opleidingen, al klinkt dat nu voor velen hocus-pocus!
Maar vooral, wie mij goed kent weet dat al, stoppen met sumi-e zou geen goed idee zijn. Stoppen is bijna als stoppen met ademen voor mij letterlijk en figuurlijk. Ik ben zo blij dat ik deze techniek leerde kennen! Ik ben zo blij met alles wat sumi-e al op mijn pad heeft gebracht dat ik het als zelfsprekend beschouw mijn kennis te delen.

img_0015Kennis delen

En dat is dus wat ik vanaf nu ga doen op deze blog. Zoveel mogelijk info delen zodat zoveel mogelijk mensen kennis kunnen maken met deze techniek. Met minstens 1 blogpost per maand.

Wil jij graag meer weten over meditatief Japans inktschilderen? Volg dan zeker mijn blog!

Tot binnenkort![:]