De weg van de inkt: Alain Bonnefoit

Zoals beloofd een eerste deel van mijn verhaal op de weg van de inkt. Ik bezocht hiervoor Alain Bonnefoit, de Franse kunstschilder die me in contact bracht met de techniek… 

“Oh oh les artistes!”

 Dat is wellicht de meest herhaalde zin tijdens de cursussen die ik bij hem mocht volgen door de jaren heen. Direct gevolgd door: “Kijk naar het model en hoe ze zich plaatst”.

De weg van de inkt die ik samen met Alain bewandel start in 2007. Op dat moment keer ik terug naar de “Moulin de Perrot” voor een schilderstage. Dat jaar heb ik met veel geluk een plekje kunnen veroveren in het atelier bij Alain. Het werd een bijzondere ontmoeting, zowel op het vlak van techniek als elk ander vlak. Alain is de verpersoonlijking van het delen, het mooie leven en het goede humeur. Voor iets anders is er eenvoudig weg geen plaats. “Vive la vie!” en leve het delen.

Intussen is het nu tijd voor een atelierbezoek. Om zijn weg van de inkt eens te verkennen…

Aïkido

In 1974 volgt Alain les bij zijn aïkido-leraar Masamichi Noro. Naast gevechtskunsten volgt hij ook shodo (Japanse kalligrafie). Hij ontdekt zo de kracht van de beweging, de meerwaarde van het overstijgen, van trachten door het doel heen te gaan.

Dat zijn dingen die hij ook in zijn schilderkunst wel verwerken.

Tijdens de lessen ontmoet hij de kunsthandelaar die hem mee zal nemen op een eerste reis naar Japan. Samen zullen ze worden ontvangen in een tempel op het Japanse platteland.

Sugiyama-yu

Sumi-e materiaal

Meester Sugiyama-yu ontvangt hen en biedt hen een welkomstmaaltijd aan. Alain heeft echter nog last van de jetlag en valt aan tafel in slaap. Zijn vriend is bang voor de reactie van de gastheer en wil hem meteen wekken. Sugiyama-yu maakt met een handgebaar duidelijk dat hij niet wenst dat Alain gewekt wordt. Aan het eind van de maaltijd zal hij bevelen de slapende gast op een futon te leggen. De bijzondere band tussen gast en gastheer is gesmeed. 

Maar dat is nog geen reden om stappen over te slaan! De bezoekers wachten ongeduldig op de start van de inktschilderlessen… gedurende 2 weken.

Na die periode mogen ze een demonstratie bijwonen. Sugiyama-yu ontvangt hen in zijn atelier. In stilte en volle concentratie spreidt hij een lap vilt voor zich uit. Hij haalt de inktsteen uit zijn lakdoos, dan de inktstaaf. Plaatst dan zijn waterpot en legt penselen (fude) klaar. Als alles klaarligt wordt er papier bij gehaald. Het blad wordt glad gestreeld en vastgezet met gewichtjes. De inkt wordt vervolgens gewreven en het penseel voorbereid.

45 minuten zijn er intussen voorbij wanneer Sugiyama-yu een eerste keer zijn penseel op het blad plaatst. Een paar minuten later is het werk klaar. Het mist zijn effect op Alain niet.

Het leerproces

In de daaropvolgende dagen kan Alain eindelijk zelf experimenteren met de materialen die ter beschikking zijn.

Prachtig fluisterend papier, kwaliteitspenselen en inkten van wel 100 jaar oud.

Een schets van Volti, naast werk van Alain in het atelier.

De eerste lijnen zijn een ware confrontatie. Dit is lang niet zo makkelijk als het lijkt. Tijdens zijn opleiding bij zijn spirituele vader, Volti (een Italiaans beeldend kunstenaar en leerkracht), had hij al geleerd om de tekening te herleiden tot een minimum aan lijnen. Volti zelf schetste ook vrij grafisch naar levend model. Zonder de traditionele etappe met de grote volumes. Direct werden de grote lijnen getekend.

De lijnvoering die was er dus al, maar het japanse papier zoog zo veel water en inkt op dat Alain twijfelt aan de kwaliteit ervan. Hij zal in een nabijgelegen drukkerij papier gaan halen om zijn experiment bij Sugiyama-yu verder te zetten. Zo hoopt hij de techniek sneller meester te worden. Sugiyama-yu laat hem begaan maar blijft tegelijkertijd ook kwaliteitsmateriaal aanvoeren.

Alain erkent stilaan de kwaliteit en de kalligrafie-sets die hij bij de uitgangen van tempels op de kop tikte worden stilaan vervangen door de materialen van de meester.

 

Hij krijgt er nog een hoop traditionele kennis bij. Zoals het toevoegen van zuivere nikawa-lijm (vissenhuidenlijm) wanneer zeer oude inkt wordt gebruikt zodat deze beter hecht aan het papier.

Bij het afscheid breekt de Meester zelfs zijn oudste inktstaaf en geeft de helft aan zijn leerling.

Impact op het oeuvre

Ook al biedt Sugiyama-yu vooral traditionele thema’s aan voor het inoefenen van sumi-e zal Alain vrij snel besluiten om de grijstinten niet te gebruiken in zijn eigen oeuvre. Hijzelf zoekt immers eerder naar een grafischere weergave. Hij wil de “lijn uitrekken”, de “lijn opspannen”. Daar mee wil hij “zover komen dat de energie die ervan uit gaat de lijn overstijgt, ja zelfs de tekening”.

Hij werkt een heel eigen stijl en techniek uit. De eerste 10 jaar belandt bijna elke sumi-e zonder pardon in de vuilbak. Die eigen werkwijze zal enkel en alleen worden gebruikt voor het schilderen van zijn favoriete onderwerp: het levend model.

Pas in de tweede helft van de jaren 80 wordt een eerste werk goed genoeg bevonden door zijn maker. Eindelijk eentje die het waard is opgespannen te worden.

De erkenning volgt. Tijdens een expo in Japan zal een Meester opmerken: “Met opgeheven hand! En dat voor een buitenlander!” Het is een zin die raakt, want inderdaad, er wordt van uitgegaan dat buitenlanders niet in staat zijn een dergelijk werk voort te brengen met deze techniek. Laat staan zonder steun te gebruiken van de vinger op het papier. 

Die steun achterwege laten is inderdaad een bijkomende moeilijkheidsgraad, maar absoluut nodig om extra uitstraling aan de lijn te geven.

Alain evolueerde met de tijd toch steeds meer naar een meer traditionele manier van schilderen. Er zijn namelijk steeds meer details weggelaten om steeds meer tot de essentie te komen. In een paar lijnen wordt het onderwerp gevat. Al het overbodige weggelaten. Elke lijn zit vol zin…

De anecdotes die volgen…

Tijdens een van de bezoeken aan Sugiyama-yu (er waren er wel 30!) merkt Alain heel fijne lijntjes op en vraagt de Meester uit over het gebruikte penseel. Het blijken penselen te zijn van muizensnorharen.

Ook wanneer hij niet met sumi-e aan de slag gaat schilderde Sugiyama-yu vaak klein en fijn…

In tegenstelling tot de traditie (buitenlanders krijgen zelden de kans om échte kwaliteitsmaterialen aan te kopen) wordt Alain doorverwezen naar een gespecialiseerd winkeltje. Een vertrekje met in het midden een doos met de volledige voorraad: een 10-tal penseeltjes. Indrukwekkend!

Een paar jaar later zal Alain ook nog een schildering op rol kado krijgen. Maar de meester laat het eerst heropspannen. Zo’n papier opspannen (30gr/m2 gemiddeld, westers kopieerpapier telt 90 gr/m2) is al een danige sinecure weet ik uit ervaring… ik ben dus zwaar onder de indruk dat er überhaupt iemand ooit in staat is geweest dat te herdoen! 

Het heropgespande werk (rechts)… 30grams papier van drager vernieuwen… monikkenwerk!

Mijn weg

Atelier Pavillon de Choiseul, Paris. Stage Alain Bonnefoit 2012

Wanneer je sumi-e leert (en zeker van Alain), dan is er meer dan alleen de tekening. Er is de geur van de inkt, het voelen van penselen en het fluisteren van papier. Elk zintuig wordt betrokken. Het is één geheel. Er zijn linken met de Japanse krijgskunsten in elke hoek! Dagelijks ontdek ik meer analogiën met het dagelijkse leven. Zoals vandaag, tijdens de iPad-sessie met Alain… We laten ons zo vaak beïnvloeden door de waarde van de dingen. Dat remt ons om er voluit gebruik van te maken. Het is als de sumi-e leerling die stilstaan bij de waarde van het papier. Binnenin beïnvloed dat de concentratie en staat het bijna zeker garant voor het verpesten van het geheel…

Meer over Alain

Wie meer wil weten en zien van Alain Bonnefoit kan terecht op Facebook.

Vervolgens…

De stages met Alain bleven beperkt tot 1 week per jaar (en zijn intussen zelfs niet meer beschikbaar). Maar ze waren wel genoeg om mij op te zadelen met een serieuze verslaving 😉
Ik ben dan ook op zoek gegaan naar andere plekken waar ik ook de meer traditionele onderwerpen zou kunnen aanleren. Die vond ik bij Marjon de Jong (regio Utrecht, NL). In een volgende blogpost daarover meer!

Share

Hoe de Sumi-e tocht begon…

Sumi-e… Wasda? Japans meditatief inktschilderen. Hoe kom je dààrbij?

Toeval bestaat niet…

Ik was al van kindsbeen af gefascineerd door Azië. Toen ik in 2003 het tekenen en schilderen terug oppikte dankzij Etienne Geeurickx was dat niet anders. Er had al altijd iets geschort met de manier waarop, ze lag mij niet. Tekenen en schilderen zijn een stuk van mijn “zijn”, een integraal deel van mijn “ikigai”, zoveel werd toen al duidelijk.

Na net iets te veel hindernissen op te korte tijd had ik penseel en potlood in een verre uithoek weggeborgen. Gelukkig leerde ik Etienne kennen. Ik mocht zijn atelier bezoeken. En ergens op een tafel lag een experiment van hem. Ik zie de situatie nog levendig voor me want ik kon niet anders dan reageren. De reactie miste haar doel niet.

“Maar zeg, als gij dàt ziet, dan schildert gij toch ook?”. De laatste keer dat ik nog verf had gebruikt was zo’n 5 jaar eerder… Wat volgde was een reeks ontmoetingen en ik die terug aan het schilderen sloeg. Maar heel anders dan daarvoor. Totaal los van academie of opleiding. Waardoor ik ook mezelf terugvond, ergens tussen de potloden en de verf. En dan begon er toch terug iets te vreten. Een drang naar techniek. Zo kwam ik dus bij de Moulin de Perrot terecht. Zo kwam ik in aanraking met die andere geweldige artiest, Alain Bonnefoit, en dus ook “toevallig” met sumi-e.

Waarom Sumi-e?

Waarom zou een Westers mens zich nu in hemelsnaam willen bezighouden met ene techniek die zo Oosters is als deze?

Het is een vraag die ik vaak krijg, zowel hier als tijdens mijn recente tocht door Japan, op zoek naar de roots van sumi-e. Dat ligt voor een groot stuk aan de mensen die mij dichter bij de techniek brachten. Alain en Marjon gaan allebei voorbij aan de puur technische vaardigheden. Ze leren je door je onderwerp te kijken in plaats van ernaar. In sumi-e is het schilderen zelf zo mogelijk nog belangrijker dan het resultaat ervan. Dan zie je de overeenkomsten met de Oosterse krijgskunsten én met het dagelijkse leven.

En ja, de techniek beoefenen is niet altijd een evidentie. Degelijk materiaal is moeilijk te vinden, maar essentieel. Ook al lijkt een aquarelpenseel heel erg op een Japanse fude (penseel), je kan er niet hetzelfde mee. En ook qua papier en inkt zijn de keuzes totaal anders. Wat het nog moeilijker maakt is dat er wel vaker over sumi-e wordt gesproken, maar dat het onderwerp eerder suibokuga blijkt te zijn. Bij het opstarten van deze blog had ik daarover nog een gedachtenuitwisseling met Marjon. Zij strijdt al jaren om zuivere sumi-e beter bekend te maken bij een breder publiek, wat ook heel erg nodig is. Maar wat ik vooral wens is dat de materialen beschikbaar blijven en daarom zal ik mij niet beperken tot de zuivere vorm, zoals die door Marjon wordt beoefend en aangeleerd. Ik wil jullie ook andere dingen laten zien, interpretaties die ook enkel mogelijk zijn door diezelfde materialen.

Sumi-e of Suibokuga

Beide termen betekenen in hun oorspronkelijke taal “inkttekening”. Sumi-e in het Japans en Suibokuga in het Chinees. De techniek van het tekenen met zwarte inkt ontstond in de 9de eeuw in China bij de kalligrafen die ook begonnen te schilderen. In de 14de eeuw settelen een aantal Zen-monniken zich in Japan. Ze namen de techniek mee op hun tocht en maakten er eigen versies van.

Op een bepaald moment was het in Japan enkel toegestaan voor monniken om sumi-e te beoefenen. De monniken mochten geen plezier ervaren bij het beoefenen. Sumi-e gaat dus voorbij aan het “tekenen” of “schilderen” op zich en vereist naast techniek en oefening ook de juiste mindset.

Suibokuga is het soort afbeeldingen die we het vaakst te zien krijgen, jammer genoeg ook vaak onterecht onder de naam sumi-e. Waarom? Omdat zelfs in Japan er heel veel mensen zijn die de techniek niet langer kennen. Wellicht ook omdat de letterlijke vertaling “inkttekening” ook van toepassing is op de verfijnde vorm ervan.

Maar hoe zie je als leek dan het verschil? Gevoelige mensen, mensen die met spiritualiteit bezig zijn zullen het verschil eerder voelen dan dat ze het zien. In Suibokuga zal er zelden gebruik worden gemaakt van grijstinten, eerder zwart/wit. In sumi-e laat je al het overbodige weg, in Suibokuga staan er vaak wat lijntjes te veel 😉

Maar het is vooral bij het beoefenen dat je een verschil ervaart. Het is door het te doen dat je het verschil leert zien.

Met deze blog wil ik jou dan ook vooral intrigeren, je aanmoedigen om de techniek te ontdekken. De Westerse wereld tonen dat er wat anders is dan olie- of acrylverf en Japanners in laten zien wat voor briljant erfgoed ze nog niet aan het koesteren zijn. Lees je ook volgende keer mee?

Share

Start van de sumi-e blog

Er is veel veranderd de afgelopen maanden. Intussen ben ik 2 maanden aan de slag als freelance trainer voor eindgebruikers van digitale tools met Kanli. Maar ik blijf ook de vraag krijgen hoe het mijn andere passie vergaat: sumi-e.

Lang niet vergeten

Die passie ben ik nog lang niet vergeten. Ten eerste zijn er principes uit de sumi-e die op termijn zeker zullen doorsijpelen naar de opleidingen, al klinkt dat nu voor velen hocus-pocus!
Maar vooral, wie mij goed kent weet dat al, stoppen met sumi-e zou geen goed idee zijn. Stoppen is bijna als stoppen met ademen voor mij letterlijk en figuurlijk. Ik ben zo blij dat ik deze techniek leerde kennen! Ik ben zo blij met alles wat sumi-e al op mijn pad heeft gebracht dat ik het als zelfsprekend beschouw mijn kennis te delen.

img_0015Kennis delen

En dat is dus wat ik vanaf nu ga doen op deze blog. Zoveel mogelijk info delen zodat zoveel mogelijk mensen kennis kunnen maken met deze techniek. Met minstens 1 blogpost per maand.

Wil jij graag meer weten over meditatief Japans inktschilderen? Volg dan zeker mijn blog!

Tot binnenkort!

Share

Wat een rollercoaster!

Gedaan met aftellen! Gedaan met bazen! 😉 1 oktober zou helemaal mijn dag gaan worden… dacht ik… Tot plots m’n grootvader stierf, en die dag begraven werd.

Maar, ik zei het hier al eerder, toeval bestaat niet… het heeft ongetwijfeld zijn redenen!

We zijn vertrokken!

Uiteindelijk heb ik beslist mijn bedrijfje toch een eigen identiteit te geven. Die identiteit is Kanli, naar het Japanse woord voor controle, management. Omdat ik graag zoveel mogelijk ondernemende mensen wil gaan helpen om terug baas te worden over hun PC!

Je kan Kanli volgen op www.kanli.be, maar uiteraard ook op Facebook. Maar ook deze blog zal niet volledig stilvallen! Hier blijf ik schrijven over sumi-e, beloofd!

Tot schrijfs!

Share

Functional fixedness – Functionele fixatie

Functionele fixatie ofwel een fixatie op wat de initiële functie van iets is… Het wordt een mentale blokkade genoemd die verhindert dat je een oplossing voor een probleem vindt.

Je kent het misschien wel… Dat je bij het bakken de koekjesvormen niet vindt. Dat het een hele poos duurt voor je op het idee komt een glas te gebruiken om de koekjes uit te steken. Dat een longdrinkglas ook als deegrol kan dienen. Dat een paperclip een haarspeld kan zijn. Dat een lege plasticfles een pennenhouder kan worden. Dat de fles van douchegel kan gebruikt worden als valbescherming voor je afstandsbediening…

Een blokkage?
En weet je wat ik daarvan denk? Dat het eerder een vaardigheid is die je nog kan versterken. Dat het eigenlijk niet meer is dan een beetje creatief denken en handelen. Maar vooral, dat je er veel bij te winnen hebt. Tijd, zelfvertrouwen, overzicht,…

Waarom zou ik eraan werken?
Zou het niet fijn zijn om jezelf klaar te voelen voor de toekomst, om steeds weer een nieuwe oplossing te kunnen bedenken?
Er komt zo ontzettend veel op ons af… dagelijks zijn er voor de nerds en enthousiastelingen honderden nieuwe digitale tools beschikbaar. Die tools hebben 1 doel: onze taken makkelijker maken. Maar dat kan natuurlijk alleen als we ze op een correcte manier gebruiken. Als we ze vooral niet overconsumeren. Je kan immers een stukje software gaan gebruiken voor elke deeltaak, of je kan creatief (en doordacht) omgaan met die ene tool die 80% kan managen en daar dan een paar “opties” bij aansluiten. Aansluiten en dus niet telkens weer handmatig overtikken in een ander stuk software want dan klopt wat ik soms hoor zeggen: “Ik kan het net zo goed allemaal in mijn boekje noteren! Het kost me toch evenveel tijd”

Maar hoe kan het dan anders?
Door je creativiteit aan te scherpen. Door bijvoorbeeld voor de fun eens gelijkenissen te bedenken tussen alledaagse voorwerpen. Door in een kleine groep elk een willekeurig voorwerp uit te kiezen en samen te zoeken naar gelijkenissen. Een plant, een tuintafel en een paraplu bijvoorbeeld. Wat hebben die gemeen? Heb jij een idee?

Share

Kan je met Facebook wel een verrassingsfeestje plannen?

Da’s de vraag die ik me eind juni stelde… Met een groep familieleden wilden we papa verrassen met een feestje. En die ontdekt verrassingen meestal vooraf. We hebben het erop gewaagd…

Waarom een Facebookevent?

  • Facebook (FB) uitnodigingen zijn sneller ter plekke dan papieren exemplaren, ze gaan niet zo gauw verloren als mails.
  • Je kan genodigden in reeksen toevoegen
  • Je kan min of meer opvolgen hoeveel mensen komen
  • Van een groot deel van de FB-vrienden van papa hadden we e-mail noch adres of telefoonnummer, die konden we alleen zo bereiken

Hoe heb ik dat evenement aangepakt?

Newsfeed geblokkeerd

Gezien papa nogal vaak op mijn berichten (“posts”) reageerde, wilde ik die uit zijn “newsfeed” houden uit voorzorg. Je kan mensen compleet blokkeren (dat gebruik je voor stalkers en anderen waarvan je wil dat zij niks van jou zien, jij ziet hen dan ook niet meer op FB), maar je kan ook iets milder zijn ;-). Je kan zorgen dat hun berichten niet langer verschijnen in jouw “newsfeed” en/of dat de jouwe niet zo erg bij hen in het oog springen. Dat was alleen maar een voorzorgsmaatregel. Voor het geval er iemand zijn mond voorbij zou praten op mijn tijdlijn… Jaja, er was over nagedacht! 😉

Was dat gebeurd en papa surfte toevallig langs mijn profielpagina, dan had hij het nog gezien… berekend risico: 80% van de tijd zit een Facebook-gebruiker in de newsfeed… Hopen dus dat papa voor een keer gemiddeld zou zijn 😉

Geheim event aangemaakt

Bij het opmaken van het event uiteraard gekozen voor geheimhouding… Wat sommigen bij de volgende stap doet panikeren: genodigden zien uiteraard wél de uitnodiging in hun newsfeed.

Uitnodigen maar!

En da’s het fijne aan een FB-event (ook de openbare). Want je kan ook mensen uitnodigen die niet op FB zitten. Op basis van hun mailadres of GSM-nummer. Als je mensen wil uitnodigen waar je op FB geen connectie mee hebt dan is het soms wel wat lastiger. Niet iedereen heeft een profielfoto waarop hij/zij herkenbaar is. Maar, omdat er geen connectie is krijg je ook niet altijd de juiste personen te zien in de zoekresultaten.

Er is een omweg! Ik merkte dat ik makkelijker de juiste mensen terugvond nadat ik het profiel van papa had bezocht (dus niet vanuit het evenement)

In het event kan je op elk moment nog bijkomende info delen met de genodigden. Je kan er ook op elk moment zien hoeveel mensen al bevestigden. En als alles dan voorbereid is…

Verrassing!

En met het verrassingsfeest dat wij gaven was die écht compleet. Je kan dus nog altijd onder de radar van iemand blijven op Facebook… 😉

Ook een evenement plannen met Facebook?

Facebook zelf helpt je op weg. Als je een FB-account hebt kan je terecht in hun Help-functie voor wat basisuitleg.

Waar je het helpmenu vindt? Uiterst rechts in de blauwe balk bovenin staat een omgekeerd driehoekje. Klik daarop.

Screen Shot 2016-09-07 at 14.55.36

 

 

In het menu dat openklapt is Help de derde keuze van onderin. Screen Shot 2016-09-07 at 14.56.21

In de pagina die opengaat kan je heel wat info vinden. Ook hoe je een evenement aanmaakt.

Wil je graag gedetailleerde uitleg? Dat kan tijdens een training!

Share