Ik vertrek vandaag voor een spannend stuk tocht. Een van de auteurs van een henro-gids waarschuwt die ochtend nog voor gladde paden onderweg naar tempel 12 bij regen. Ik lees het maar beslis om tocht te gaan, na gisteren staat het doel immers echt onder druk.
Tempel 11 is gehuld in wisteria’s. Er lopen een paar pelgrims die de tocht met de auto doorlopen. een paar van hen spreken mij aan en wensen mij het beste. Een daarvan wil absoluut een selfie… zot momentje.
Ik ga door het hekje, recht de wildernis in. En dan word ik meteen op mijn plek gezet. Niet in woorden, puur in realiteit. Er is geen regen, maar wel Japanners die dit eerste deel van het pad naar tempel 12 blijkbaar gebruiken als loopparcours. Terwijl de weg steil klimt en ik amper vooruit kom steekt er eentje op loopsnelheid mij voorbij. Alleen al ernaar kijken haalt de rest van mijn adem weg. LOL
En zo komen er meerdere voorbij.
Onderweg kom ik mezelf meermaals tegen. Je denkt dat je er bent en dan is daar gewoon de volgende helling. Je loopt onderweg ook langs een verlaten schrijn, spooky bemost en even denk je dat je ergens een afslag moet hebben gemist. Je loopt verder, door een dorpje en dan denk je het nog eens.
Terwijl ik daar rustte kwamen andere pelgrims daar ook aan. We zijn samen verder door getrokken door miezerige regen. Ik zag ze de eerste stenen van de laatste klim nog opgaan, maar ik kon hen onmogelijk bijhouden. Ik geraakte amper verder. De tijd tikte door. Tot ik ineens doorkrijg dat ik er nu écht wel ben. tranen lopen over mijn wangen.
Uiteindelijk ben ik kort voor sluitingstijd bij de tempel. Ik word begroet met veel ossettai en duidelijke bewondering voor wat achter mij lag. Maar dat niet alleen. Ik besef dat ik niet meer tijdig bij de plek kan geraken die Neill voor mij boekte in de vallei. Ik vind hulp om een taxi te bellen en terwijl ik zit te wachten op de taxi gebeurt het. Dat wat mijn hele tocht en mijn verdere leven stuurt.
Ik zit uitgeteld op de stoep, vlak naast een drankautomaat wanneer een “eeuwige pelgrim” langskomt. Een man met schoenen die bijeen worden gehouden door gele tape en de rugzak van hetzelfde. Ik ben out, ik prevel een ohayo maar dat is al. Een moment later krijg ik een blik frisdrank, vers uit de automaat toegestopt. Die man had niks, en toch droeg hij zorg voor mij. Intussen zie ik de taxi naderen en wanneer de chauffeur uitstapt is de man intussen in de bosjes verdwenen. Hoe kan ik die man ooit bedanken? Hoe kan je aan anderen doorgeven wat je in zo een moment hebt gekregen? Het blijft een uitdaging.
Ik voel vandaag dat ik de komende tijd weer minder tijd en motivatie zal vinden om dag na dag te schrijven dus vat ik de rest van de tocht verder even samen.
De dag nadien trek ik verder door richting tempel 13 en van daar gaat het gestaag verder langs de kustlijn. Het wordt wel even spannend wanneer ik beslis om Neill eens niet in te schakelen voor een boeking… die mislukt en dus heb ik geluk dat ik nog onderdak vind.
Bij tempel 21 met de ooievaars hoor ik ineens mijn naam. Een van de pelgrims uit de FB-groep heeft mij herkend en we trekken samen een stukje verder tot tempel 22. Daarna gaan we alleen verder naar T 23 in Hiwasa. Dat vissersdorp is een van de mooiste plekken in mijn herinnering. Ondanks het weer de dag nadien. Het giet namelijk. En als je denkt dat je weet wat gieten betekent hier bij ons dan heb je echt nog niks meegemaakt. Het zorgt ervoor dat ik een dag sur place blijf en beslis om mijn doel te herlezen en de afstand tot T24 als doel te nemen, het aantal kms, niet de hele exacte tocht te voet. Dat stuk naar T24 is 78 km zonder veel leven onderweg en direct naast een hoofdweg. Bijgevolg al gevaarlijk ook wanneer het niet regent. Ik ben mijn leven niet beu dus ga per trein naar T24.


